1, 2, 3... wie lerne ich die Zahlen? 2007

Land van oorsprong:
Beschikbare talen:
Richtprijs:
€ 18
Bron:
Jonge spelers leren spelenderwijs de getallen 1-10 aan en dit op drie verschillende manieren: a.h.v. stippen, het cijferbeeld en met ruimtelijke figuren.

Omschrijving

Bron: Spellenlab
Het thema is een kleuterklas op het einde van die dag. Die moet dringend opgeruimd worden, maar een hondje maakt er af en toe weer een zootje van.
Het centrale speelbord toont twee grote schoolbanken voor de getallen 1-5 en 6-10. Per getalbeeld zijn er drie voorwerpen beschikbaar:
- kubusjes met 1-5 stippen (waarbij voor de 6-10 twee kubussen gebruikt worden, nl. eentje met 5 stippen + eentje met 1-5 stippen);
- 10 speciale boekentassen: een ronde (getal 1), een ovaal (getal 2), een driehoek, vierhoek,... tienhoek);
- 10 genummerde paren schoenen op kaarten die in de kubussen passen.
Daarnaast is er een apart telspoor voor als het hondje actief wordt en een speciale symbolen-dobbelsteen.
De speler aan beurt gooit de dobbelsteen. Op vier van de zes zijden staat een schoentje-bakje-tasje. De speler moet de drie voorwerpen nemen die bij het getal “1” horen en die op de juiste plaats op het speelbord leggen. Als dit symbool nog eens gedobbeld wordt, moet de “2” opgevuld worden, enz. totdat de “10” op het speelbord staat.
Wordt de hond gedobbeld dan moet de speler twee getallen van plaats verwisselen, zodat de oplopende orde 1-10 verbroken wordt. Op het telspoor van de hond wordt een eerste hondenpootje geplaatst.
Toont de dobbelsteen twee kinderen dan mag de speler een poging doen om de volgorde te herstellen. Hierbij mag eventueel gebruik gemaakt worden van een controle-draaischijf.
Het spel eindigt als ofwel alle tien plaatsen op de banken correct opgevuld zijn vooraleer de hond tien keer is tussengekomen. In dat geval winnen alle kinderen. Maar als de hond tien keer chaos heeft veroorzaakt vooraleer alles opgeruimd is, wint de hond en verliezen alle kinderen samen.
Het grootste bezwaar voor Vlaanderen is de gebruikte telmethode. We hebben die reeds ontdekt in een spel van Haba (Zahlenzwerge), maar daarin was het gebruik van de bijzondere figuren makkelijk te vermijden. De methode wordt in Nederland en Duitsland gebruikt. Bij dit spel worden kleuters dus voortdurend geconfronteerd met cijferbeelden die ons niet vertrouwd zijn: 1-cirkel, 2-ovaal, 3-driehoek...
De getallen 6-10 worden hier aangeleerd als splitsingen 5-1, 5-2 tot 5-5. Dat is niet zo erg. Wel integendeel. Het verband met het aantal vingers per hand is snel gelegd.
Dit rekenspel bekoort, maar sommige leerkrachten staan huiverig tegenover de gebruikte telmethode.
Aantal spelers 2-4 spelers
Speelduur 16' tot 45'
Leeftijdscategorie Kleuters
Moeilijkheidsgraad eenvoudig
1, 2, 3... wie lerne ich die Zahlen?