Bron: Spellenlab
Een kaartspel waar de spelers vooraf gaan aangeven hoeveel slagen ze gaan behalen. Wie na 4 partijtjes de meeste punten behaalt is de winnaar.
In het doosje zitten 12 kaarten telkens in een van de 5 kleuren. Deze kaarten zijn genummerd van 1 tot 12. Afhankelijk van het aantal spelers wordt er bepaald met welke waarden er wordt gespeeld.
Daarnaast zijn er gele stenen die aangeven hoeveel slagen je denkt te behalen en blauwe stenen die je wat beschermen bij een verkeerd gok.
Elke speler ontvangt een kaart met een kruis.
De startspeler geeft iedere speler 10 kaarten. Elke speler sorteert deze kaarten eerst op kleur en vervolgens op numerieke volgorde. Dan voegt hij de kaart met het kruis toe als meest linkse of rechtse kaart afhankelijk van waar de hoogste waarde, links of rechts in de kaartkleuren zitten.
Vervolgens heeft men de gesorteerde kaarten verdekt aan de linker buur.
Deze neemt de kaarten zo op hand dat enkel de andere spelers de numerieke waarde van de kaarten kunnen zien. Hijzelf ziet enkele de achterkant van zijn handkaarten.
De startspeler begint met het bieden hij neemt evenveel gele stenen als het aantal slagen dat hij denkt te behalen. Bijkomend kan hij kiezen om een blauwe veiligheidssteen te nemen. Hiermee geeft hij aan dat er een bijkomende slag mag behaald worden dat wat hij initieel dacht te behalen.
De startspeler ziet dus de numerieke waarden op de kaarten van zijn medespelers en weet enkel waar de hoogste waarde van een kleur in zijn eigen hand zit zonder de waarde effectief te kennen. Tenzij hij door deductie kan uitmaken wat de waarde eventueel zou kunnen zijn. Eventueel want er zijn telkens 10 kaarten in een partijtje die niet worden gebruikt.
De startspeler kiest een kaart, de kleur van deze kaart moet door de andere spelers gevolgd worden. Kan men dit niet dan moet men een kaart naar keuze uitspelen. De slag wordt behaald door de speler die de hoogste numerieke waarde, in de kleur van de eerst uitgespeelde kaart, heeft gespeeld. De speler die de slag heeft behaald start een nieuwe kaartronde.
Zodra alle spelers enkel hun kaart met een kruis op hand hebben eindigt het partijtje en wordt er berekend hoeveel punten je behaalt.
Je ontvangt enkel punten als je het aantal slagen dat je behaald hebt juist had voorspeld. Koos je voor een blauwe veiligheidssteen dan ontvang je slechts de helft van de punten als je het aantal slagen juist hebt of er één teveel hebt.
Je verliest punten als je het verkeerd ingeschat hebt.
Een eenvoudig “slagen” kaartspel waarbij deductie kan helpen bij het inschatten van het aantal slagen dat je wil behalen.
Met 5 spelers wordt dit het best aan een ronde tafel gespeeld. Voor jongeren die de kaarten nog niet goed kunnen vasthouden vormt de behoorlijke grote waaier, om de cijfers duidelijk zichtbaar te houden voor de nadere spelers, wel een probleem.
Leuk is wel dat er in dit kaartspel slechts één troefkleur is.
Verdient een kleine 3 hartjes.